Selecteer een pagina

Kies uw type bescherming

Search
Generic filters
Exact matches only
Filter by Custom Post Type

 

Valbeveiliging

Valbeveiliging voor de medewerkers die op hoogte werken en er geen valbevuiling aanwezig is.

Werken op hoogte is risicovol. De gevolgen van een val zijn meestal ernstig en leiden vaak tot blijvend letsel. Preventie van valongelukken is daarom belangrijk. Dit kan door werkzaamheden op hoogte zoveel mogelijk te vermijden. Kan dat niet, dan zijn er collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen.

Valbeveiliging is een PBM klasse III: Persoonlijke bescherming tegen hoge risico’s. Gebruik van deze PBM vereist daarom altijd specifieke training vooraf.

Werknemers die blootgesteld worden aan het risico van een val van een hoogte van meer dan 2,5 meter, moeten veiligheidsgordels of -harnassen gebruiken. Bij werken op een hoogte minder dan 2,5 meter biedt een gordel of harnas geen oplossing, maar geldt wel degelijk dat er andere veiligheidsmaatregelen in acht genomen moeten worden.

Onderverdeling bij toepassing PBM

Bij het toepassen van persoonlijke beschermingsmiddelen wordt de volgende onderverdeling gemaakt:

  • Werkplekrestrictie: hierbij wordt gebruikgemaakt van een harnasgordel, vanglijn en ankerpunt. De vanglijn is zodanig afgesteld dat het onmogelijk is je in de gevarenzone te begeven.
  • Werkpositionering: hierbij wordt gebruikgemaakt van een harnasgordel, ankerpunt en lijnenstelsel dat bestaat uit een werklijn en een veiligheidslijn. Via dit lijnenstelsel daalt de gebruiker af naar de werkpositie.
  • Valbeveiliging: hierbij wordt gebruikgemaakt van een harnasgordel, ankerpunt en vanglijn. In de vanglijn is een valdemper opgenomen.

 

Valbeveiligingsinstallatie

Een complete valbeveiligingsinstallatie bestaat uit:

  • een verankeringsvoorziening;
  • een harnasgordel;
  • een verbindingsmiddel.

De persoonlijke beschermingsmiddelen moeten aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Gordels of harnassen moeten verbonden worden met hetzij een verankeringspunt, hetzij een bevestigingssysteem dat vastgehecht is aan een of meerdere verankeringspunten. Normaal gesproken gebeurt dit met een flexibele vanglijn met beperkte lengte.
  • De verbinding tussen het bevestigingselement van de gordel of het harnas en het verankeringspunt of het bevestigingssysteem moet zodanig zijn dat de valhoogte van werknemers zo klein mogelijk is.
  • De val moet in elk geval gestopt worden op minimaal en halve meter boven het opvangvlak of boven iets anders wat een vallende persoon kan verwonden. Houd hierbij rekening met eventueel gebruik van een valdemper.
  • Het verankeringspunt of het bevestigingssysteem dat vastgemaakt is aan een of meerdere verankeringspunten moet stevig en stabiel genoeg zijn.
  • Veiligheidsgordels of harnassen, vanglijnen en touwen zijn gemaakt van synthetische vezels, met uitzondering van de verbindingsstukken. Het gebruik van een dergelijke uitrusting is verboden als de temperatuur op de werkplek de 70 graden overschijdt. Dit geldt natuurlijk niet voor persoonlijke beschermingsmiddelen die specifiek bedoeld zijn voor gebruik bij hogere temperaturen.

 

 

 

 

 

Benieuwd naar de mogelijkheden of heeft u een andere vraag?

0592-865319 of  info@thpbm.nl